De vergelijking
Fisher heeft onderzocht wat invloed heeft op het algemeen prijspeil.
In zijn werk 'The Purchasing power of Money' uit 1911 stelt hij dat de goederenstroom in een economie gelijk moet zijn aan de geldstroom. Hier heeft hij een formule aan gekoppeld (= staat voor: is-gelijk teken):
M x V = P x T
M = Money = maatschappelijke geldhoeveelheid
V = Velocity = omloopsnelheid van geld
P = Price = prijsniveau van goederen en diensten
T = Trade = aantal transacties, de productie
vraag 1: Wat houdt M in?
Volgens Fisher is de omloopsnelheid V constant, deze verandert niet.
Ook zijn volgens hem altijd alle productiefactoren volledig ingezet, Yt is een constante. Er is dan sprake van een natuurlijke productieomvang, de productiecapaciteit is helemaal bezet.Andere economen, de Keynesianen, bestreden deze twee aannames. Zij gingen wel uit van de verkeersvergelijking van Fisher, maar gaven aan dat V een afhankelijke grootheid is. Tevens zien zij een onderscheid in de productie van een land. Er kan naast een bestedingsevenwicht ook sprake zijn van onder- of overbesteding. Dit heeft invloed op de gevolgen van het vergroten van M.
Als we de verkeersvergelijking gebruiken, kunnen we beredeneren wat er zal gaan gebeuren als de geldhoeveelheid in een land stijgt, uitgaande van een constante omloopsnelheid.
We kijken dan naar de gehele economie, de geaggregeerde vraag en het geaggregeerd aanbod, en niet naar de individuele of collectieve vraag en aanbod. De geaggregeerde vraag is de totale vraag in een economie. In figuur 1 kan je zien dat deze een dalend verloop heeft
vraag 4: Leg uit waarom de GV curve een dalend verloop heeft.
Let op: dit is een andere reden dan bij de collectieve vraag!vraag 5: Hoe zal de GV curve veranderen als de maatschappelijke geldhoeveelheid toeneemt? Neem de figuur over en teken de verandering.
In figuur 2 is te zien dat de prijs niet reageert op veranderingen van de geaggregeerde vraag of het geaggregeerde aanbod. De prijs (P) is onafhankelijk van de productie (Y).
vraag 8: Welke gevolg heeft het vergroten van de maatschappelijke geldhoeveelheid op korte termijn?
Gebruik in jullie uitleg zowel de verkeersvergelijking als de grafiek.
Gevolgen op lange termijn
Op lange termijn bepaalt het aanbod van productiefactoren (hoeveelheid en kwaliteit) en niet de prijzen van goederen en diensten het lange termijn geaggregeerd aanbod (LTGA). Het LTGA is dus onafhankelijk van P en loopt verticaal. Dit is te zien in figuur 3.
vraag 9: Hoe heet de productieomvang die een economie op de lange termijn voortbrengt?
vraag 10: Waardoor kan de productieomvang op lange termijn veranderen?
vraag 11: Welk gevolg heeft het vergroten van de maatschappelijke geldhoeveelheid op lange termijn?
Gebruik in jullie uitleg zowel de verkeersvergelijking als de grafiek.